Reeds meerdere jaren heeft de Europese Unie haar eigen systeem van rechtsregels ontwikkeld om te bepalen welke wetgeving van welke lidstaat van toepassing is voor een welbepaalde activiteit. |
||
Vanaf 1 mei 2010 werden de onderwerpingsregels gewijzigd door de Verordening 883/04, teneinde de bestaande wetgeving te vereenvoudigen. In de praktijk kan uw situatie variëren naargelang twee typerende situaties : |
Als u activiteiten als zelfstandige uitoefent in meerdere lidstaten, zal de bevoegde lidstaat bepaald worden door uw verblijfplaats, voor zover u hier « een wezenlijk deel van uw activiteiten » uitoefent. Zoniet zal de staat bevoegd zijn waarin het belangencentrum van uw activiteiten zich situeert.
Het nieuwe reglement voegt op die manier kwantitatieve criteria toe aan het criterium van de verblijfplaats.
Dit betekent dus dat indien u uw activiteiten in verschillende lidstaten uitoefent (bijvoorbeeld in Frankrijk, in Duitsland en in België), uw verblijfplaats in België is en een wezenlijk deel van uw activiteit hier wordt uitgeoefend, u in België zal onderworpen zijn. De inkomsten die in de verschillende lidstaten worden verworven, zullen dienen voor de berekening van de sociale bijdragen in België.
In deze situatie heeft de wijzigingen de meeste impact.
Voor 1 mei 2010 : indien u uw zelfstandige activiteit in België uitoefende en uw loontrekkende activiteit in een andere lidstaat, paste iedere staat haar eigen wetgeving toe voor de beroepsactiviteit die op haar grondgebied werd uitgeoefend. Als u aan de voorwaarden voldeed (Internationale overeenkomsten), was u in bijberoep aangesloten in België.
Vanaf 1 mei 2010 wordt deze reglementering gewijzigd. De enige bevoegde lidstaat zal deze zijn waarin u uw loontrekkende activiteit uitoefent. U zal dus voor beide activiteiten onderworpen zijn aan de wetgeving van het land waarin u uw loontrekkende activiteit uitoefent.
Dit betekent dus dat indien u als zelfstandige in België een loontrekkende activiteit als « grensoverschrijder » uitoefent in Frankrijk, u voor uw loontrekkende EN voor uw zelfstandige activiteit in Frankrijk zult onderworpen zijn aan het Franse sociaal statuut.
Een overgangsstelsel werd ingevoerd
Indien u reeds voor 1 mei 2010 onderworpen was aan de wetgeving van een lidstaat, bepaald door het Reglement 1408/71 en indien uw situatie ongewijzigd blijft, kunt u gedurende 10 jaar aan deze wetgeving onderworpen blijven op basis van het oude reglement :
| • |
|
| • | zolang u zelf niet vraagt om de wijziging van de reglementering. |
Indien u dit verkiest, kan u kiezen voor de nieuwe aanwijzingsregels (Verordening 883/04). In dit geval moet u uw keuze kenbaar maken aan de socialezekerheidsinstelling die bevoegd is in de lidstaat waar u wenst dat deze wetgeving toegepast wordt.
In de praktijk :
| • |
|
| • | na 1 augustus 2010 zal uw keuze pas effect hebben in de maand die volgt. |
Laatste opmerkingen
De oude Verordening 1408/71 blijft van kracht en de juridische gevolgen zijn gevrijwaard voor :
| • |
|
| • |
|
Indien een zelfstandige activiteit in België wordt uitgeoefend, samen met een andere beroepsactiviteit in een andere staat, moet het dossier voorgelegd worden aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Aangezien het RSVZ door de Europese Verordeningen aangeduid werd als verbindingsorgaan, neemt zij de beslissingen betreffende de onderwerping, indien nodig na overleg met de bevoegde instellingen van de andere Lidstaten.